Test

In gesprek met: Chi Ling Wu

Ling (1984) is 100% Kantonees Chinees, dat wil zeggen: Hong Kong Chinees. Ze is geboren in Helmond en werkt net als haar ouders in de Horeca. Niet in een Chinees restaurant, maar in een restaurant uit het hoogwaardige culinaire segment, in de hoofdstad van Nederland. We praten over hoe haar jeugd vanuit de Kantonese achtergrond anders werd ingevuld, of de horeca in haar bloed zit en racisme tegenover Aziaten.

“Ling, jouw ouders emigreerden voor jou geboorte naar Nederland. Weet jij waarom ze deze stap maakten?”

Ha, hier heb ik mijn moeder van tevoren nog even over gebeld. Mijn vader kwam een jaar of 40 geleden naar Nederland om werk te zoeken. Los hiervan was de familie van mijn moeder om diezelfde reden ook al in Nederland. Mama Wu zag het niet per se zitten om ook te verhuizen en kwam alleen even op vakantie. Ze ontmoette via een nu zwager van haar, mijn vader, hier, in Nederland. En zo was haar vakantie het begin van een nieuw leven in Nederland. Twee jaar later emigreerde ook zij. Mijn vader werkte in een restaurant in Limburg, dus het eerste Nederlandse station was Helmond.

 “Ben je daar opgegroeid?”

Voor een deel van mijn basisschooltijd wel. Ik had zelfs een Brabants accent.

“Was werk vinden de voornaamste reden voor de Kantonese Chinezen om naar Nederland te komen?

Men was op zoek naar een beter leven. Betere leefomstandigheden. Mijn oma had in Hong Kong een klein winkeltje waar ze 14 uur per dag werkte. Op een gegeven moment zijn vijf van zes van haar kinderen uitgevlogen naar NL. Mijn moeder kwam dus als laatste, samen met mijn oma. Mijn oma en opa kwamen na hun pensioen en hoefde eenmaal in Nederland gelukkig niet meer te werken, want hier werden ze onderhouden door hun kinderen. Ze hadden overigens niet gelijk een verblijfsvergunning, dat kwam pas nadat ze hier al waren. Verder pasten ze wel elke dag na school op ons, de kleinkinderen. Dat was een hele leuke tijd! Mijn tante Ping had een restaurant in Rotterdam en mijn tante Koi had er één in Capelle aan den Ijssel, genaamd China. Mijn oma woonde zo’n beetje naast dat restaurant, dus dat was heel handig te combineren. Om 22.00 sloot het restaurant en werden wij kinderen de auto weer in geduwd om naar huis te gaan. In China is het zo: iedereen werkt, ook de vrouwen, en Opa en Oma passen op de kleinkinderen.

 

“Wat is er volgens jou anders aan hoe jij bent opgevoed en hoe de gemiddelde Nederlander hier opgroeit?”

Bij de Nederlanders lijkt een bepaalde openheid wat vanzelfsprekender, er is meer ruimte voor het gesprek tussen bijvoorbeeld ouder en kind. Bij ons was het: je moeder is je moeder, dus je hebt te luisteren. Daardoor wist ik niet altijd waarom iets was zoals het was, dat vond ik wel lastig. Ik was trouwens wel iets rebelser en probeerde de discussie aan te gaan, maar dat werd me niet in dank afgenomen, haha.

 

“Ik ken jou natuurlijk al heel lang. Een groot deel van onze jeugd waren we ontzettend close. Ik ontmoette je via de balletschool, we waren een jaar of 8/9” 

Ja, we werden vrienden toen je me mee naar huis vroeg, want jij had heel veel Lego. Daar hebben we heel veel hotels mee gebouwd.

 

“Haha, dat klopt ja. Kleine engineers. We werden al snel heel goede vriendinnetjes en ik herinner me een bepaald prettig gevoel van erbij mogen horen. Ik ben half chinees, mijn familie heeft een andere achtergrond via Indonesië, maar jullie namen mij op als een lid van de familie. Er is zo’n prachtige kinderfoto met jou, je zusje, al je nichtjes en Djini, een chinees meisje van ballet, en ik! De halve! Zou het chinees-zijn een onderdeel van onze verbintenis zijn geweest?” 

Ik heb hier niet bewust de connectie mee gemaakt, maar nu je het zegt… Het heeft natuurlijk iets familiairs om van dezelfde afkomst te zijn. Ik merk dat nu ook nog. Ik heb twee Aziatische (Maleis-Chinees) vrienden en die hebben een hele Asian Gang. Mijn vriend en ik worden vaak uitgenodigd voor etentjes en feestjes bij hun, toch wel mede omdat ik ook Chinees ben. Dat schept een band. In het geval van jou en mij is dat in onze kindertijd totaal onbewust gegaan. Maar, men spiegelt de eigen identiteit nou eenmaal aan de mensen om zich heen, verzamelt mensen met gedeelde interesses of dus achtergrond. Dat we achteraf kunnen stellen dat het Chinees-zijn onderdeel van onze band was, is zo gek nog niet. Naast natuurlijk ballet, jongens, tekenen en feestjes en zo.

 

“Ja, we deelden meer dan alleen het Chinees zijn inderdaad. We omarmden onze achtergrond ook omdat we dat leuk vonden: Ik herinner me dat we in groepjes vaak gingen tellen “hoeveel” Chinezen of Aziaten er waren. Dan kwamen we uit op vier en driekwart ofzo. Haha”

 

“Ook de middelbare school hebben we voor een deel samen doorlopen, vandaar de gedeelde interesse voor jongens, uitgaan en dat soort dingen, maar daar werden de verschillen tussen jouw Chinees-zijn en dat van mij wel duidelijker. Jarenlang ging jij elke zaterdag naar de Chinese School. Hoe vond je dat toen?”

 

Sinds mijn achtste kregen we allemaal (de hele familie) Chinese taalles van de vader van Djini, dat Chinese vriendinnetje van ballet. Weet je nog, zij kon toen nog geen Nederlands. Op een gegeven moment werden mijn ouders erop gewezen dat er ook een Chinese School was en zo stuurden onze ouders (mijne en die van mijn nichtjes en neefjes) ons daarheen. Ze vonden het belangrijk dat we de taal en cultuur mee zouden krijgen. Ik vond het toentertijd verschrikkelijk! Al die zaterdagen… Maar ben ik nu heel blij dat we zijn gegaan en heb het zelfs weer opgepakt. Ik heb sinds kort weer Chinese les en typ soms berichtjes in het Mandarijn naar mijn moeder. Die dat overigens beperkt spreekt, want zij spreekt Kantonees, maar veel van de karakters zijn hetzelfde.

 

“Hoe kwam het dat je dit wilde oppakken?”

 

Het is ontstaan toen ik in Shanghai mijn familie ging opzoeken en ik me in de stad door de taalbarrière een toerist voelde. Terwijl ik me er juist heel graag thuis wilde voelen, tussen de Chinezen daar. De taal spreken is zo belangrijk voor je culturele identiteit. Vandaar dat ik het dus heb opgepakt. Ik vind het superleuk en het gaat me best goed af.

 

“De nichtjes waar jij net over sprak, die ook naar Chinese school moesten, die hebben nu kindjes. Kunnen jullie de cultuuroverdracht voortzetten denk je?”

 

Nee, ik weet wel zeker dat dat voor een deel verloren gaat gaan. Beide nichtjes hebben niet Chinese mannen, dus hun kindjes zullen de Chinese taal weinig horen.

“Nog een groot verschil tussen ons en de anderen klasgenoten op onze middelbare school, was dat jij al snel een baantje had”

 

In het restaurant van mijn tante ja! Ik was een jaar of twaalf toen ik voor het eerst moest meehelpen en vanaf mijn 14e/15e werkte ik er elke zondag. Eerste tapte ik biertjes en vouwde ik servetten en zo. Later ging ik ook de bediening in.

 

“Je zegt “moest ik”. Was het verplicht daar te werken?”

 

Hm ja, ik heb er nooit zo bij stil gestaan. De optie van ‘dit wil ik niet’ bestond niet. Het werd me opgelegd onder het mom van dat het goed voor me zou zijn. Ik werkte elke zondag van 17.00 tot 22.00 en heb of ik daar moest werken dus nooit in twijfel getrokken.

 

“Je had ook als enige van ons scholieren al geld”

 

Ja, klopt. Mijn nichtjes werkten trouwens ook in het restaurant. Mijn broertje moest helpen in de keuken, maar mijn moeder zag al gauw dat het niets voor hem was, dus die hoefde niet meer te komen.

 

“Was dat niet oneerlijk?”

 

Nee, het was echt niets voor hem en ik vond het leuk en kon het goed, dus het klopte wel.

 

“In elk horeca baantje dat je daarna had werd jij altijd binnen de kortste keren leidinggevende. Was je niet op je 19e al floormanager in Dudok in Rotterdam? Met veel oudere mensen onder je?”

 

Op mijn 17e zei ik tegen mijn ouders dat ik graag (erbij) ook ergens anders wilde werken, dat was geen probleem. Zodoende kwam ik bij Dudok terecht. Ik vond het natuurlijk wel heel stoer dat ik toen al leidinggevende werd.

 

“Dat was het ook!”

 

Daarbij vond ik in de horeca werken gewoon erg leuk, vandaar dat ik dat nu nog steeds doe.

 

“Aangezien veel Kantonese Chinezen in de horeca werken, zit het dan toch een beetje in je bloed? Is het cultureel bepaald?”

 

Nee, dat denk ik niet. Ze hebben mij bijvoorbeeld nooit aangeboden om het restaurant over te nemen en mijn ouders hebben ons juist erg gestimuleerd om wat anders te gaan doen. In de horeca is het hard werken en zijn het lange dagen, dat wilde ze niet per se voor ons. Ik heb een dansopleiding gedaan, en de theatrale factor uit die sector zit ook in het gastvrouwen-schap in de horeca. Als sommelier hou ik mijn verhaaltje, heb ik de aandacht er zijn theatrale raakvlakken. Dat vind ik er leuk aan.

“We praten op het gesprek.online ook over racisme. Racisme tegenover de Aziatische gemeenschap krijgt steeds een beetje meer aandacht. Lange tijd leek het niet te bestaan of serieus genomen te worden. Wat heb jij zoal meegemaakt?”

 

Het is gek om achteraf in te zien dat het gebeurde, maar gasten in het restaurant zeiden zo vaak iets over hoe goed mijn Nederlands wel niet was. Raar, want ik ben hier gewoon geboren en getogen. Het zou gekker zijn als ik geen goed Nederlands sprak.

 

“Kreeg je ook de bekende Ni Hao’s, Sambal Bai’s…”

 

…eet je ook hond, spleetoog of Hanky Panky Shanghai naar mijn hoofd? Alleen maar. Maar pas de laatste jaren realiseer ik me dat het niet ok is. Het gebeurt al zo lang, het was iets heel gewoons geworden dat mensen op random momenten ‘Ni Hao’ naar me schreeuwden.

 

“In mijn watered down versie van Chinees-zijn herken ik dat het in de Chinese cultuur vooral gaat om hard werken, keep your head down. Je hebt geen tijd om je druk te maken over dit soort racistische uitingen. Dat zit niet in de cultuur. Klopt dat met jouw beleving?”

 

Aziaten gaan niet snel de confrontatie aan. Het gezichtsverlies dat je eventueel kan lijden maakt het het niet waard. Dat is iets heel chinees dat ook in mij zit.

 

“Toen Corona net begon, was er sprake van racisme tegen Aziaten omdat het virus uit Wuhan komt. Heb je daar ook wat van meegemaakt?”

 

In de Scheepskameel verwelkomden wij, voordat dat wereldwijd werd afgeschaft, mensen altijd met een hand. Sommige gasten gaven geen handen meer, aan niemand van ons. Een enkeling gaf iedereen een hand, behalve mij, nadrukkelijk mij, de Chinees. Ik merkte natuurlijk wel waarom dat zo was, maar was niet ad rem genoeg om er iets van te zeggen. Ik verwachte het gewoon echt niet en was flabbergasted.

 

Toen het virus net begon rond te waren, was ik in Bali. Ik vloog terug naar Nederland en mijn vriend en ik hadden bedacht dat het slim was om een mondmasker te dragen. Toen ik op Schiphol landde waren er twee cargo-medewerkers die toen als ‘grapje’ extreem overdreven naar mij gingen hoesten. Er overviel mij een gevoel van: Jongens, wat kinderachtig.

 

Ik merk dat er genoeg mensen zijn die het maar al te fijn vinden om China dit aan te rekenen. Er wordt graag gegeneraliseerd over het grote slechte China. In de media worden bepaalde bizarre dingen van de grootmacht heel erg uitvergroot en dat is het enige wat men dan over China weet. Het beïnvloedt de niet altijd positieve kijk van mensen op China, maakt China abstract en gek.

 

“Jammer”

 

Ik moet toegeven, mijn opa was vroeger ook soms wat racistisch als hij bijvoorbeeld over zwarte mensen praatte. Hij was mono-cultureel opgevoed en ongeïnformeerd. Racisme ontstaat soms door te weinig blootstelling aan andere culturen.

“Nog even iets actueels, de situatie in Hong Kong, de politieke inmenging van China, de heftige demonstraties. Hoe kijken jij en familie ernaar? Hoe gaat het met de familie in Hong Kong?”

 

We hebben het hier thuis wel over gehad en dan staan mijn moeder en ik tegenover mijn vader. Hij vindt: zeg niet te veel, steek je hoofd niet boven het maaiveld uit en hou je aan de regels van Mainland China. Want de reden voor meer en meer sancties vanuit China zijn al die demonstraties. Mijn moeder en ik staan aan de kant van de progressieve jongeren. Je kunt niet accepteren dat China Hong Kong zijn regels zomaar oplegt. De meningen zijn hierover erg verdeelt. Mijn neefje en nichtje in Hong Kong lopen mee met de demonstraties, tot groot verdriet en ergernis van hun ouders.

 

“Dus ook in Hong Kong zijn de meningen verdeeld. Ik heb het idee dat de media hier het doet lijken alsof heel Hong Kong aan de kant van de jongeren staat, maar dat beeld klopt niet helemaal.”

 

Nee zeker niet. Het is een complexe en onprettige situatie.

“Zoals gezegd praten we op hetgesprek.online over racisme, in de breedste zin van het woord. Heb jij in het licht daarvan misschien nog iets toe te voegen aan je verhaal?”

 

Ik hoop dat er altijd ruimte blijft voor een discussie. Zelfs als je bijvoorbeeld als progressief persoon het totaal niet eens bent met iemand die extreemrechts is. Je moet elkaar horen en niet de deur dichtslaan met het idee dat de ander ongelijk heeft, want zo creëer je tunnelvisie en dat staat progressie in de weg.

Ma’MaQueen (Dennis Bijleveld)

In gesprek met Ma’MaQueen (Dennis Bijleveld)

Foto: Jonathan Portugal / insta: @portugalhexx

“Ik ben benieuwd, hoe was jij als kind, als klein jongetje?”

Ik was best wel een vrij kind. Ik voelde me niet echt een jongetje, maar ook geen meisje. Mijn ouders zagen dat ook en besloten mij hiermee te helpen. Daarom brachten ze me toen ik een jaar of zeven was naar een kliniek in Utrecht die transgenderkinderen hielpen. Daar moest ik allerlei testjes doen. Ze onderzochten bijvoorbeeld mijn speeksel en bloed, om te kijken of het transgenderzijn aantoonbaar was.

“Wow! Dat klinkt heel erg uit de tijd, ze deden bloed- en speekselonderzoek?”

Ja, ze wilden mij helpen, maar tegelijkertijd deden ze nog research of het aantoonbaar was. Ik moest dan iets heel zouts eten en daar krijg je natuurlijk veel speeksel van. Vervolgens moest ik dat dan uitspugen en gingen zij kijken of mijn trans-zijn misschien hormonaal aantoonbaar was. Ik moest ook andere testjes doen. Dan werd ik in een kamer gezet waarvan aan de ene kant alles roze was en aan de andere kant alles blauw. Dan keken ze waar ik voor ging kiezen. Hetzelfde met jongetjes- en meisjesspeelgoed.

“Super binair”

Ja, heel. Ik heb van die speekseltest een trauma overgehouden, ik vond dat toen al heel heftig en rond mijn zestiende kreeg ik enorme nachtmerries. Hier heb ik EMDR-therapie voor gehad.

“Was je een soort proefkonijn?”

Hm, zo voel ik dat gelukkig niet. Ze wisten gewoon nog weinig in die tijd. Daarbij wisten ze ook gewoon niet zo goed wat ze met mij aan moesten. Er waren daar meerdere kinderen en de meesten van hen waren veel meer het één of het ander. Transmeisjes zagen er bijvoorbeeld helemaal als een meisje uit. Ik zat daar tussenin. Op een gegeven moment hebben ze me een boek gegeven met allerlei meisjesnamen en kreeg ik het advies om alvast een nieuwe naam uit te zoeken. Ik was toen best wel confused, want ik was niet per se ongelukkig met mijzelf, maar ongelukkig over hoe er op mij gereageerd werd. Ik mocht geen nagellak op, geen make-up, geen lang haar hebben, dat soort dingen. Mijn ouders wilden mij trouwens graag helpen, maar ik had allemaal vragen voor hen en zij voor mij, die we beiden niet konden beantwoorden.

Uiteindelijk besloot ik dat ik niet mijn naam wilde veranderen en geen pubertijdsremmers wilde, want ik vond dat allemaal te eng. Ik was bang voor hoe mijn omgeving zou reageren. Daarmee was de kous niet af, want ik bleef daarna nog altijd op zoek naar manieren om mezelf te kunnen zijn en naar manieren om duidelijk te maken aan mijn omgeving wie ik ben.

“Heb je daar een voorbeeld van?”

Mijn omgeving waardeerde mijn vrijgevochten non-binaire geest. Daarbij deed ik modellenwerk en reageerde men altijd heel positief op mijn androgyne look, mijn in touch zijn met mijn vrouwelijke kant deed het goed op foto’s. Zo had ik wel een way of life waarvan ik dacht dat dit het misschien was, dat dit mijn state of happiness zou zijn. Maar, als ik in de spiegel keek, onder de douche vandaan kwam, of me afschminkte na een drag-optreden en ik bijvoorbeeld zag dat ik mijn baard alweer moest scheren, dan werd ik daar toch niet gelukkig van. Ik heb een Koerdische vriendin die veel lichaamshaar heeft en dat vindt ze vreselijk, ze is daar veel mee bezig. Ik voel dat bij mijzelf ook zo.

“Ben je daar inmiddels verder in? Volgens mij heb je een enorme ontwikkeling meegemaakt.”

Jazeker. Sinds een jaar of vijf identificeer ik mijzelf als non-binair. Ik sta op de wachtlijst en ga beginnen met de hormonen.

“Diezelfde die je eerder niet wilde”.

Ja, ik durfde het vroeger niet, maar nu weet ik het zeker. Mijn kast hangt inmiddels al vol met kleding die ik niet gebruik voor mijn drag, maar ik draag ze ook nog niet. Het is kleding die ik shop voor na mijn transitie, ik shop voor mijn ideale zelf. Ik kan niet wachten tot ik weer in een soort van nieuwe puberteit kom. 

“Ik heb begrepen dat er enorme wachtlijsten zijn. Romy Rockx, hij is non-binair masculien, zei dat hij dat het ergste vond, dat wachten. Vind jij dat ook?”

Ja, dat is verschrikkelijk, heel erg. Anderhalf jaar geleden was ik bij de huisarts voor een doorverwijzing naar de hormoonarts. Toen ik het ziekenhuis belde, de hormoonarts, zeiden ze dat ik niet zomaar langs kon komen. Eerst moest ik langs genderzorg en met een psycholoog praten; er is een hele officiële weg. Toen ik uiteindelijk alles had doorlopen en ingevuld, kwam ik op de wachtlijst te staan. Ik kreeg te horen dat ik nog 70 weken moest wachten en inmiddels heb ik nog steeds geen idee wanneer ik mag beginnen.

“Je deed in september 2020 mee aan het tv-programma Drag Race Holland en dat was het moment dat je publiekelijk jezelf identificeerde als non-binair. Je kwam uit de kast voor de kijkers. Wil je ons daar over vertellen?”

Er was een opdracht genaamd Split Personalities. Het kwam neer op: wees half man/half queen. Aan de productie heb ik toen laten weten dat ik mij niet identificeer als man, dus dat mijn Split Personality geen halve man kon zijn. Ik koos ervoor om mijn twee alterego’s te vereenzelvigen. Mijn inner demon Lucy Fur en Ma’Ma Queen, mijn andere drag alterego. De jury gaf me het commentaar dat ze mijn split personality niet mannelijk genoeg vonden en beide persoonlijkheden te vrouwelijk. Toen heb ik daar op het podium, voor de camera’s, uitgelegd waarom ik gekozen heb voor mijn eigen alterego’s en niet voor een mannelijke kant. Het is mijn kunst en mijn identiteit. Daarbij waren de kostuums wel echt een split personality qua look. 

“Dit was een heel binair moment van Drag Race Holland.”

Het was emotioneel, want ik had het gevoel dat ik mij heel erg moest verdedigen. Natuurlijk moet ik dat in het dagelijks leven ook doen, maar ik had het totaal niet verwacht, op het podium daar. Het overviel me. Toen ik die uitleg helemaal had gegeven kreeg ik als antwoord dat ze me begrepen, maar toch zeiden ze nogmaals dat mijn split personality niet mannelijk genoeg was. Dat raakte me diep. Ik voelde me niet geaccepteerd en dat vond ik erg omdat Drag Race juist staat voor het verbinden, de vertegenwoordiging en de emancipatie van queermensen.

“Je performed als drag queen, genaamd Ma’Ma Queen. Je maakt als designer je kleding en besteed veel aandacht aan je styling en make-up. Is die styling belangrijk om de vrouw in je ruimte te geven of lukt dat ook zonder die styling?”

Als ik in drag ben dan ben ik hyper feminine. Ik hou van high fashion. Het leuke is dat ik niet altijd hetzelfde ben. Soms heb ik geen bh aan en ben ik helemaal plat. Terwijl ik andere keren juist hele grote heupen heb, of een mega kont. Ik speel daar een beetje mee. Wat het wel is: op een hak voelt het goed. Als ik niet in drag ben, maar zoals nu, gewoon in een hoodie, dan is het niet zo dat ik mijn vrouwelijkheid minder voel. Ik doe ook niet elke dag wat aan mijn uiterlijk. Vroeger zij ik altijd “de ene dag een Barbie, de andere dag een zwerver”, maar dat mag ik niet meer zeggen van mezelf. Ik vind het disrespectvol naar daklozen en mijzelf. Ik zeg nu: walk the earth like a goddess! Het moet niet uitmaken hoe ik eruit zie. Als ik van binnen maar in control ben over mijn geluk.

“Je kan er dus elke dag anders uitzien! Ik vind het voor mezelf en vrouwen an sich een grappig idee dat je als vrouw je vormen telkens zou kunnen veranderen.”

Iedereen zou een stuk vrijer mogen zijn betreft hun expressie. Waarom moeten vrouwen hun borsten in een bh stoppen en mannen hun ballen niet in een soortgelijk zakje. Waarom moeten die borsten pront vooruit? Over het algemeen wordt er verwacht dat vrouwen veel tijd aan hun uiterlijk besteden. Ik heb toen ik op de kunstacademie zat eens een onderzoekje gedaan en toen bleek dat ook mannen steeds meer tijd besteden aan hun uiterlijk. Ze gaan naar de barber en trimmen hun neushaar, maar gaan nog niet zover als het dragen van een BB-cream of concealer. Waar ligt die sociale grens? Wanneer ontneemt iets iemands mannelijkheid? Dat heb ik altijd een interessant vraagstuk gevonden. Hoe mannen en vrouwen eruit horen te zien wordt heel erg door de mode bepaald. Nu zijn het grote billen, vroeger was het heroïne chic. Men volgt onderbewust deze modegrillen en richtlijnen.

“En Ma’Ma Queen is dus juist veranderlijk en drukt zich uit hoe ze wil.”

Ja, dat klopt. Een vriendin van mij woont op Mallorca. Ze woont in the middle of nowhere, heeft alleen coördinaten en niet eens een adres. Net na Drag Race Holland ging ik daar op bezoek en moest ik een filmpje opnemen, in vol ornaat. We gingen met z’n allen samen dineren, haar man, zijn moeder en hun dochter. Drie generaties aan tafel en het was allemaal zo gewoon, zo natuurlijk. Niemand reageerde gek op mij. Als de maatschappij zo zou zijn, zou dat prachtig zijn, dan kan ik me echt uitdrukken hoe ik wil, zonder gevolgen. 

“Gevolgen. Is dat bijvoorbeeld dat je als je in vol ornaat bent, wordt nageroepen? Heb jij daar veel last van?”

Ja, zeker, heel veel. 

“Wat zegt men dan zoal?”

Dat is wel grappig eigenlijk, want ik analyseer die teksten altijd heel graag. Ik heb mezelf aangeleerd om te kijken naar wie die tekst zegt en om te kijken of ik kan snappen waar diegene z’n opvatting vandaan heeft. Eerder hoorde ik vaak: homo of travestiet, maar sinds een jaar krijg ik meer te horen: she-male. Ik denk dat dat te maken heeft met de porno. De ‘she-males’ zijn een steeds bekendere fetisj en heteromannen vinden dat toch wel een beetje interessant. The truth is in de eye of the beholder. 

“Heb je wel eens iets meegemaakt waardoor je in gevaar kwam of je je echt ernstig bedreigd voelde?”

Ja. Er zijn momenten dat ik me angstig voel terwijl daar niet per se een aanleiding voor is, maar, ik heb wel eens moeten rennen, om snel mijn huis binnen te gaan. Ik ben ook wel eens random in mijn gezicht gespuugd en in Doetinchem ben ik wel eens achterna gezeten door iemand met een mes. Ik zou wel willen benadrukken dat iets van deze orde, sinds ik in Rotterdam woon, een jaar of acht, maar een stuk of drie keer is gebeurd. Verder zijn er onaangename dingen als dat een Uber me wel ziet, maar me niet oppikt. 

“Zeg je er wel eens wat van?”

Nee, meestal niet. Ik wil altijd het liefst zo snel mogelijk weg uit de situatie. Dat heb ik vroeg geleerd, van de tijd dat ik werd gepest op de basisschool. Het kind in mij wordt gewoon bang. Tegelijkertijd ben ik in die situaties vaak alleen en de ander is in een groepje. Praten heeft dan ook geen zin, want de belagers zijn dan toch niet voor rede vatbaar. Ik ben er trouwens wel eens tegenin gegaan, maar één keer kreeg ik daarna meteen een duw tegen de muur en een andere keer zei iemand: Ik maak je af.

“Oh my god, wat heftig.”

Ja, dat zeggen veel mensen tegen me. Mijn ouders kunnen oprecht heel erg verdrietig worden als ze denken aan wat ik allemaal meemaak. Want vanuit hun veilig positie is dat ook heel bizar. Maar ik, ik ben niet anders gewend, dit is normaal voor mij, dit is mijn leven, ik weet niet beter! Overigens vragen mensen mij altijd alleen naar de negatieve dingen, maar ik krijg ook superveel positieve opmerkingen. Als kind deed ik dat ook, focuste ik me alleen maar op het negatieve. Zo van: iedereen vindt me raar…

“…je hebt helemaal gelijk. Ik wil je bij deze graag vragen naar de positieve reacties op jou”.

Mensen zeggen vaak dat ik er mooi uit zie, dat is leuk om te horen. Als ik bijvoorbeeld in het OV naar huis zit, geven jonge meiden me vaak complimenten over mijn look en vooral ook over mijn make-up. Ik vind het zelf ook heel leuk om complimenten te geven. Dat zouden we allemaal meer moeten doen!

“Zou jij de lezers van Het Gesprek Online nog wat willen mee geven?”

Ik zie mezelf als iemand die een nieuw beeld moet creëren en wil daarvoor strijden. Ik strijd niet alleen voor mijzelf, maar voor een veilige maatschappij voor iedereen. Ik kan wel bang zijn voor een individu, die mij iets aan wil doen, maar ik wil graag kijken naar de algemene opvatting die die individu zo laat denken. Er is nu nog gebrek aan representatie in de media. Op jonge leeftijd had ik al door dat ik de vorm van geluk die je zag in films en series nooit ging krijgen, want ik paste niet in dat plaatje en dan zie ik graag anders.

Ik ga bijvoorbeeld ook naar protesten als die van Black Lives Matters. Ik sta daar voor zwarte mensen, maar ook voor mijzelf, voor het systeem dat verandert moet worden. Iederéén zou daar moeten staan! Niet alleen de mensen die een minderheid zijn. Het systeem zal veranderen wanneer iedereen daar staat.